Onderhoud

Aan- en uittrekadviezen:

–        Maak de sluiting altijd volledig los.
–        Gebruik een schoenlepel tegen onnodig vervormen.
–        Bij het aantrekken dient u uw voeten goed tegen de achterkant van de schoen te plaatsen. Maak vervolgens de sluiting weer stevig vast voor een goede fitting. U voorkomt zo het schuiven van de voeten in de schoenen.

 

Inloopadvies:

De schoenen zijn gedeeltelijk gemaakt van leer. Leer is een natuurproduct en heeft unieke eigenschappen. We raden dan ook aan uw schoenen in te lopen.

 

Transpiratie:

Het dragen van gesloten schoenen kan het transpireren verergeren. Met de volgende maatregelen vermindert u deze klacht:

–        Wissel regelmatig van schoenen.
–        Draag katoen/wollen of bamboe sokken en verschoon deze dagelijks.
–        Was uw voeten regelmatig zonder zeep.
–        Gebruik een anti-transpiratiecrème of een voetpoeder.

 

Wisselen:

Uw schoenen nemen transpiratievocht op. U dient ze dan ook regelmatig te luchten. Wij adviseren de schoenen niet langer dan twee dagen achtereen te dragen. Wisselen is noodzakelijk, dit verlengt ook de levensduur van uw schoenen.

 

Onderhoud:

Zorgvuldig onderhoud bevordert de gebruiksduur van uw kostbare schoenen.

–        Poets uw leren schoenen minimaal één keer per week met een schoencrème.
–        Voor suède- en nubuckschoenen geldt dat u deze kunt borstelen met een suèdeborstel of een nubuckblokje.
–        Ten slotte dient u de schoenen regelmatig in te spuiten met een beschermspray.

 

Zijn uw schoenen erg nat?
Zet ze nooit bij een warmtebron om ze sneller te laten drogen. Plaats er schoenspanners in en enkele tissues. Laat ze daarna op kamertemperatuur drogen.

 

Draagt u uw schoenen even niet?

Plaats er dan schoenspanners in. Zo blijven uw schoenen in optimale vorm.

 

Gaan uw schoenen tijdens het lopen een beetje kraken?

Strooi dan wat talkpoeder tussen het losse voetbed en de binnenzool.

 

Wat kunt u zelf doen om problemen te voorkomen?

–        Controleer vóór het aantrekken van de schoen op de aanwezigheid van vuil, steentjes of iets dergelijks.
–        Zorg dat uw schoenen niet knellen.
–        Controleer uw voeten inclusief de onderkant regelmatig op wondjes en drukplekjes.
–        Experimenteer niet met wondjes, maar laat er direct naar kijken.